Huiszoeking bij hennepkwekerij; alleen zoekend rondkijken toegestaan

Artikel 9, eerste lid aanhef en onder b, Opiumwet verschaft opsporingsambtenaren de bevoegdheid om zich doorgang en toegang te verschaffen tot de plaats waar een overtreding van de Opiumwet wordt gepleegd of waar redelijkerwijze vermoed kan worden dat zodanige overtreding wordt gepleegd. Zij mogen zoekend rondkijken en voorwerpen die voor de hand liggen in beslag nemen. (HR 25 mei 2004, LJN AO6419)

In beslag genomen voorwerpen kunnen vervolgens aan een stelselmatig onderzoek worden onderworpen.(HR 29 april 1997, NJ 1997, 666 rov. 7.3 en 7.4; HR 22 juni 2004, LJN AO5848). Artikel 9 van de Opiumwet geeft niet de bevoegdheid tot doorzoeking, dat wil zeggen tot een stelselmatig en gericht onderzoek op de aanwezigheid van in beslag te nemen voorwerpen.(HR 17 maart 1987 NJ 1988, 155 m.nt. Van Veen; HR 29 april 1997, NJ 1997, 666.)
Doorzocht kunnen verder worden vervoermiddelen (artikel 96b Sv) en plaatsen (bijvoorbeeld artikel 96c Sv, artikel 110 Sv, artikel 125i Sv), waaronder woningen en kantoren (artikel 97 lid 1 Sv), maar ook andere ruimten worden begrepen. Zie Kamerstukken II 1992/93, 23251, nr. 3, p. 17 waarin de Minister schrijft dat onder "plaats" iedere denkbare plaats kan worden verstaan: een pakhuis, een schuurtje, een woning, een postkantoor, een bankgebouw, een tuin, een balkon of een vervoermiddel.
Zelfs is denkbaar dat een doorzoeking betrekking heeft op bepaalde kleinere voorwerpen, bijvoorbeeld een tas die op straat wordt meegevoerd door iemand die niet als verdachte is aangehouden of staande gehouden en welke tas niet in beslag is genomen.

Als een onderdeel van een bepaalde ruimte, bijvoorbeeld een ingebouwde kast, of een voorwerp dat zich in die ruimte bevindt, bijvoorbeeld een bureau in een kantoor, wordt geopend is sprake van een doorzoeking van de ruimte waarin zich die kast of dat bureau bevindt. Zie bijvoorbeeld HR 8 juli 1998, DD 98.360 waarin de HR de vraag moest beantwoorden of het enkele openen van een afgesloten emmer in het kantoor van verdachte al een stelselmatig en gericht onderzoek in dat kantoor opleverde.
De bevoegdheid tot doorzoeking van het kantoor omvat ook de bevoegdheid tot doorzoeking van wat zich in dat kantoor bevindt. Dat sluit niet uit dat die bevoegdheid kan worden beperkt tot bijvoorbeeld het bureau van verdachte in een ruimte waarin ook andere mensen werken.

Niet is vereist dat de machtiging als bedoeld in het tweede lid bij artikel 97 Sv. uitdrukkelijk de te doorzoeken voorwerpen moet benoemen. .

Deel deze paginaShare on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn