Onrechtmatigheden na huiszoeking bij hennepkwekerij; doorzoeken niet toegestaan

Bewijsuitsluiting kan uitsluitend aan de orde komen indien het bewijsmateriaal door het verzuim is verkregen, en komt in aanmerking indien door de onrechtmatige bewijsgaring een belangrijk (strafvorderlijk) voorschrift of rechtsbeginsel in aanzienlijke mate is geschonden. Ook bij bewijsuitsluiting gaat het overigens om een bevoegdheid van de rechter, waarvan de uitoefening in de eerste plaats moet worden beoordeeld in het licht van de wettelijke beoordelingsfactoren van art. 359a, tweede lid, Sv en van de omstandigheden van het geval."(HR 30 maart 2004, NJ 2004, 376 m.nt. Buruma.)

Voor uitsluiting van het bewijs is slechts plaats als kan worden gezegd dat het bewijsmateriaal rechtstreeks ten gevolge van het vormverzuim is verkregen.(HR 24 februari 2004, LJN AO1830; HR 8 november 2005, LJN AU3292) Als vast staat dat dat bewijsmateriaal ook zou zijn vergaard wanneer het onderzoek volgens de regels was verlopen kan niet gezegd worden dat dat materiaal zonder de onregelmatigheden niet zou zijn verkregen.(HR 16 april 2002, NJ 2002, 359 met betrekking tot het houden van een kostganger; HR 14 juni 2005, LJN AS8854. Zie voorts M.C.D. Embregts, Uitsluitsel over bewijsuitsluiting, 2003, p. 139 e.v).

Bij de vraag of bepaalde verkregen bewijzen uitgesloten moeten worden, kunnen er zich ook verschillen voordoen afhankelijk van het geschonden wettelijk voorschrift en het nadeel dat hierdoor bij de verdachte is ontstaan (vlg HR 4 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BM6673).  Denkbaar is dat een deel van het materiaal bij onrechtmatig optreden niet zou zijn aangetroffen en een ander deel wel. In die gevallen is een differentiatie in het rechtsgevolg goed te maken.

 

Deel deze paginaShare on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden