Diefstal elektriciteit/stroom bij hennepkwekerij

Bij een hennepkwekerij wordt meestal de elektriciteit buiten de meter om afgetapt. Dit wordt gedaan om te voorkomen dat de hennepkwekerij via de energieleverancier wordt ontdekt door een verhoogde stroomafname, maar ook ter besparing van de hoge elektriciteitskosten. Wanneer de elektriciteit echter niet over de meter gaat, kan dit niet door de energieleverancier aan de klant worden doorberekend, waardoor de elektriciteit niet betaald wordt. Dit levert diefstal van de elektriciteit op.

Diefstal met verbreking

Diefstal is strafbaar gesteld in artikel 310 Wetboek van Strafrecht (Sr.). In dit artikel is het volgende bepaald:

"Hij die enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort wegneemt, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, wordt, als schuldig aan diefstal, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie"

Bij de diefstal van stroom, gaat het daarbij vaak ook om braak/verbreking, waardoor de strafverzwarende variant van artikel 311 sub 5 Sr aan de orde is:

"diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking (..)"

Elektriciteit is een goed

Artikel 310 Sr. stelt alleen strafbaar het stelen van een goed. In het verleden is de vraag gesteld of elektriciteit ook als een goed is te beschouwen. Deze vraag is in de jurisprudentie bevestigend beantwoord. Volgens een oud arrest van de Hoge Raad, van 23 mei 1921, NJ 1921, 564 is elektriciteit aan te merken als een goed in de zin van artikel 310 Sr, zodat een persoon bij het wegnemen van elektriciteit zich schuldig maakt aan diefstal. 

Opzet bij diefstal elektriciteit

Van voorwaardelijk opzet op de diefstal van elektriciteit is sprake indien de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat de hennepkwekerij gepaard ging met de diefstal van elektriciteit. Voor de vaststelling dat de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan zulk een kans is niet alleen vereist dat de verdachte wetenschap heeft van de aanmerkelijke kans dat genoemde omstandigheid zich voordeed, maar ook dat hij die kans ten tijde van de gedraging bewust heeft aanvaard (op de koop toe heeft genomen). (vlg HR 25 maart 2003, NJ 2003, 552)

Diefstal elektriciteit buiten de meter om

De diefstal van elektriciteit kan plaatsvinden op verschillende manieren. In de praktijk zien we het vaakst dat de elektriciteit met een stroomkabel achter de meter langs wordt afgetapt. Dit wordt ook wel "buiten de meter om" genoemd. De afgenomen stroom wordt dan niet geregistreerd, en er vindt geen betaling plaats. Het buiten de meter om afnemen van energie kan zonder meer als diefstal worden gekwalificeerd.

Terugdraaien tellers meter levert geen diefstal elektriciteit op

Een tweede manier van diefstal van elektriciteit, vindt vaak plaats door de meter (telkens) terug te draaien. Dit levert echter in juridische zin geen diefstal op. Dit werd laatst nog bevestigd door de een uitspraak van het gerechtshof 's-Hertogenbosch, 10 juni 2013, ECLI:NL:GHSHE:2013:CA2652:

"Het enkele terugdraaien van de tellers levert, anders dan de advocaat-generaal meent, geen diefstal op. De afname van elektriciteit wordt immers ook na het terugdraaien van de tellers gewoon via de meter geregistreerd. Dat zou anders zijn wanneer de meter op een dusdanige manier zou zijn gemanipuleerd dat de tellers - ondanks de levering van elektriciteit - andere, voor verdachte gunstigere (in de zin van minder gebruik), waarden aangeven. Vanzelfsprekend zou het ook anders zijn wanneer een illegale aansluiting was gemaakt die buiten de meter om naar de hennepplantage liep en deze zodoende van elektriciteit voorzag. Dat alles is echter niet aan de orde. Het terugdraaien van de tellers zorgt er slechts voor dat een hoeveelheid reeds afgenomen elektriciteit wordt verhuld; niet de nadien afgenomen elektriciteit. De elektriciteit waar het om gaat, was al verbruikt en is mitsdien niet weggenomen in de zin van artikel 310 Sr.  

In feite wordt gefraudeerd met de registratie van de hoeveelheid reeds afgenomen elektriciteit. Het verbreken en verwijderen van de verzegeling en het terugdraaien van de tellers zou in dat verband kunnen worden beschouwd als listige kunstgrepen om een inschuld van [de energiemaatschappij] te voorkomen. In zoverre kan het hof de rechtbank en de raadsman volgen in hun standpunt dat er sprake is van oplichting. Nochtans is bewijs dat [de energiemaatschappij] door die kunstgrepen is bewogen tot het tenietdoen van de inschuld, niet voorhanden. Zover is het ook niet gekomen. Een afrekening aan de hand van de teruggedraaide meterstanden had namelijk nog niet plaatsgevonden. [De energiemaatschappij] heeft zelf geconstateerd dat het een en ander niet in de haak was. [De energiemaatschappij] - het beoogde slachtoffer - heeft zich dan ook niet laten misleiden. Het is met andere woorden bij een poging gebleven. Poging tot oplichting is de verdachte echter niet ten laste gelegd."

 

Deel deze paginaShare on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn